
WAT ZICHTBAAR WORDEN MIJ LEERDE
Zichtbaar zijn is niet alleen iets wat je doet. Het is ook iets wat je voelt. En soms schuurt dat een beetje.
Er verscheen onlangs een artikel over mijn praktijk in het AD.
Iets waar ik best trots op ben. En tegelijk iets wat ik heel erg spannend vond om te delen.
Misschien herken je dat wel. Dat er een verschil zit tussen iets doen vanuit je hart, en er vervolgens zichtbaar mee durven zijn. Zeker wanneer het over jou gaat. Over jouw verhaal. Jouw werk. Jouw naam.
Een tevreden cliënt bracht mij in contact met een journaliste. Er ontstond een open gesprek over mijn eigen ervaring met lichamelijke klachten, over herstel en over het werk dat ik nu doe als Craniosacraal therapeut.
Toen het artikel eenmaal online stond, gebeurde er iets dubbels in mij.
Enerzijds voelde ik dankbaarheid. Omdat er aandacht was voor iets waar zoveel mensen in stilte mee rondlopen. Omdat herstel, of in ieder geval verandering, soms echt mogelijk is. Omdat ik uit eigen ervaring weet hoe beperkend lichamelijke klachten kunnen zijn, en hoe fijn het is wanneer je iets vindt dat bij jouw klachten past. En omdat ik weet hoe klein je wereld soms wordt wanneer je lichaam voortdurend om aandacht vraagt.
Maar tegelijkertijd voelde ik ook terughoudendheid.
Want zodra je zichtbaar wordt, gaan mensen soms dingen invullen.
Dat is misschien ook waarom ik het artikel niet meteen op mijn website plaatste. Er zat iets kwetsbaars in. Alsof ik mezelf ineens naar voren moest schuiven, terwijl mijn werk juist helemaal niet gaat over “kijk eens wat ik kan”.
Cranio gaat voor mij over ruimte maken en niet over fixen
En dat vind ik belangrijk om te blijven zeggen.
Ik merk soms dat mensen hopen dat een behandeling iets direct oplost wat al jarenlang speelt. Of dat ik iets mágisch doe. Terwijl ik juist geloof in iets veel menselijkers en subtielers.
Ik geloof diep in het zelfherstellend vermogen van het lichaam, en juist daarom geloof ik niet in wonderbeloftes.
Cranio is een subtiel proces, geen truc.
Het is een vorm van begeleiding waarbij jouw lichaam richting aangeeft, niet iets wat ik even voor je oplost.
Voor mij gaat cranio veel meer over ruimte maken. Ruimte voor ontspanning, voor regulatie, voor het lichaam dat weer mag voelen wat het nodig heeft. Over het luisteren naar wat het lichaam al die tijd misschien heeft moeten wegdrukken. Over veiligheid. Over vertragen. Over het zenuwstelsel dat voortdurend aan staat en eindelijk ergens mag landen.
In een artikel wordt zo’n manier van werken natuurlijk altijd vertaald naar woorden.
Woorden vangen nooit helemaal de ervaring zelf
Maar ze kunnen wel iets laten voelen van de zachtheid en diepte van dit werk. Toch ben ik oprecht heel blij met het artikel. Met de aandacht. Met de openheid van het gesprek. En ook met het feit dat er ruimte kwam voor een onderwerp waar nog altijd veel mensen stil mee rondlopen.
Tegelijk merkte ik bij mezelf hoe lastig het soms is om zichtbaar te worden via de woorden van iemand anders. Zeker wanneer je werk juist zo veel nuance en gelaagdheid bevat. Wanneer het gaat over subtiele processen in het lichaam, over fascia, over opgeslagen spanning, over het zenuwstelsel en lichaamsbewustzijn.
Ik merkte ook dat ik ergens een stukje verdieping miste. Omdat ik graag meer wil vertellen over hoe cranio eigenlijk werkt. Over de intelligentie van het lichaam. Over de invloed van trage aanraking op het bindweefsel en het opsporen van blokkades. Over wat er gebeurt wanneer iemand zich echt veilig genoeg voelt om spanning niet langer vast te hoeven houden.
Omdat ik het een ongelooflijk mooi vak vind.
Maar tegelijkertijd besef ik ook dat de meeste mensen vooral willen voelen of er herkenning is wanneer ze een artikel lezen. Mensen willen vaak vooral voelen: word ik gezien? Word ik serieus genomen? Is er misschien iets mogelijk waardoor ik me minder alleen voel in wat ik ervaar?
En misschien raakt dat wel precies de kern van mijn werk. Niet alles hoeven uitleggen of bewijzen, maar eerst werkelijk aanwezig zijn bij iemand. Luisteren. Afstemmen. Ruimte maken voor wat er gevoeld wordt.
Misschien gaat zichtbaar worden voor mij daarom óók over een stukje controle loslaten.
Accepteren dat iets niet perfect hoeft samen te vallen met hoe ik het zelf zou zeggen. Maar dat de kern wel voelbaar mag blijven.
Dat mensen vooral voelen: hier werkt iemand die zorgvuldig kijkt, luistert en naast je staat in een proces dat soms ingewikkeld en langzaam kan zijn.
Juist daarom vond ik het zo waardevol wat een vrouw laatst tegen mij zei tijdens een bijeenkomst van Haagse Vrouwenzaken.
Ze zei:
“Ja, dat snap ik ook, dat het voor jezelf kwetsbaar voelt. Maar voor mensen die met iets soortgelijks rondlopen is het alleen maar herkenbaar. En die kun en wil je helpen. Dit artikel maakt dat duidelijk: je hebt een opleiding gevolgd en je weet hoe beperkend het is om er last van te hebben. En dat herstel mogelijk is.”
Die woorden bleven hangen.
Omdat ze me eraan herinnerden dat zichtbaar zijn niet alleen iets persoonlijks is. Soms is het ook een vorm van herkenning bieden. Van iemand laten voelen: ik ben blijkbaar niet de enige.
En misschien hoeft zichtbaarheid dan ook niet groots te zijn.
Misschien hoeft het niet perfect.
Niet luid.
Niet glad.
Misschien mag het ook gewoon menselijk zijn.
Met twijfel erbij.
Met nuance erbij.
Met de eerlijkheid dat ik niemand kan fixen.
Maar wel naast iemand kan zitten in een proces dat soms ingewikkeld, langzaam en heel echt is.
Hieronder kun je het artikel lezen dat in het AD verscheen.
